Concurrentie


In verreweg de meeste markten vindt concurrentie of mededinging plaats. Concurrentie is het spanningsveld tussen de verschillende aanbieders van dezelfde of substitueerbare goederen. De aanbieders strijden allemaal om een goed aandeel van de markt te veroveren. De concurrentie in een bepaalde branche is een van de factoren die de marktvorm van die branche bepalen. Het aantal aanbieders op een markt is van directe invloed op de prijs van een product of dienst. Een algemene regel is: hoe meer aanbieders er zijn in een markt, hoe minder invloed een enkele aanbieder heeft op de prijs.

De concurrentie in een bepaalde markt kan soms van buitenaf worden beïnvloed. Zo kunnen overheidssubsidies of wetgeving van invloed zijn op het aantal aanbieders, waardoor de concurrentie en wellicht de prijsstelling verandert. Een aanbieder kan ook zelf proberen invloed uit te oefenen op de positie in de markt door het aangeboden goed te onderscheiden van de concurrerende producten. Er kan dan gedacht worden aan het verlenen van extra service of het verbeteren van kwaliteit of uiterlijk. Deze methode wordt productdifferentiatie genoemd.

Het kan voorkomen dat verschillende partijen in een markt prijsafspraken maken om de invloed van de concurrentie te verkleinen. Dit heet kartelvorming. In de meeste landen is dit verboden. In de Europese Unie wordt toezicht gehouden op eventuele prijsafspraken en de mate van concurrentie in verschillende markten door nationale mededingings-autoriteiten, waaronder de Nederlandse NMa.

In een markt kan sprake zijn van verschillende concurrentieniveaus:

Merkenconcurrentie

Deze vorm van concurrentie bestaat tussen meerdere merken die hetzelfde product aanbieden en dus elkaars substituten zijn.

Productconcurrentie

Hiervan is sprake als er meerdere producten binnen een specifieke productsoort vallen, zoals verschillende frisdranken.

Generieke concurrentie

Een generieke concurrentie bestaat tussen aanbieders van producten die dezelfde behoefte van de klant bevredigen. Denk daarbij aan een auto en een fiets: beiden zijn vervoersmiddelen.

Budget- of behoefteconcurrentie

Concurrentie op budgetniveau gaat om het geld van de klant. Deze kan zijn geld maar één keer uitgeven en dus niet al zijn behoeften tegelijk bevredigen. De klant zal dus keuzes maken of hij zijn geld uitgeeft aan een vakantie of een nieuwe garderobe bijvoorbeeld.