Werktijden

Een werkgever die geen collectieve regeling overeenkomt, is gebonden aan onderstaande grenzen waarbinnen de arbeids- en rusttijden moeten blijven.
Heeft een werkgever het voornemen om binnen deze grenzen een arbeidstijdenregeling vast te stellen, dan moet hij de instemming van de ondernemingsraad vragen.

De arbeidstijden voor jeugdigen:

-        9 uur per dienst (excl. pauzes, waardoor de aanwezige tijd langer zal zijn).

-        45 uur per week (excl. pauzes).

-        gemiddeld 40 uren per week in elke periode van vier aaneengesloten weken.

 De arbeidstijden voor 18 jaar en ouder:

-        12 uur per dienst (excl. pauzes, waardoor de aanwezige tijd langer zal zijn).

-       60 uur per week (excl. pauzes).

-         Gemiddeld 48 uren per week in een periode van zestien weken (excl. pauzes) en gemiddeld 55 uur per vier weken.

Minimale lange rusttijd en pauzetijden:

Binnen 24 uur nadat een medewerker op een dag is begonnen met werk heeft hij recht op elf onafgebroken rust-uren. Eens in de zeven dagen kan volstaan worden met acht rust-uren. Voor een 16- of 17-jarige werknemer gaat het echter steeds om 12 onafgebroken rust-uren.

Bij de pauze gaat het om:

Medewerkers die maximaal 10 uur werken dienen minimaal 30 minuten aan pauze te krijgen, die zonodig kan worden gesplitst in pauzes van elk ten minste 15 minuten

Voor medewerkers die meer dan 10 uur werken geldt een minimale pauze van 45 minuten, die zonodig kan worden gesplitst in pauzes van elk ten minste 15 minuten.

Zondagarbeid:

Op zondag wordt er niet gewerkt. Dat is anders, wanneer dit is overeengekomen, terwijl het eveneens uit de aard van de arbeid kan voortvloeien (horeca). Bovendien kan in overleg met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging er anders bepaald worden wanneer de bedrijfsomstandigheden deze werktijd noodzakelijk maken.
Iedereen heeft in iedere periode van 52 aaneengesloten weken, minimaal op 13 zondagen vrij.

Oproepdiensten:

Voor het beschikbaar zijn van medewerkers, die desgewenst direct opgeroepen kunnen worden voor werk, gelden nadere voorschriften. Het gaat om een regeling waarin een medewerker minimaal twee aaneengesloten periodes van 7 x 24 uur, geen oproepdienst heeft, in iedere 4 weken.

Uren waarop een medewerker wel bereikbaar moet zijn, maar niet werkt en niet fysiek op de werkplek aanwezig hoeft te zijn, worden niet als arbeidstijd aangemerkt. Dat neemt niet weg dat er voor die tijd meestal een vergoeding wordt gegeven. Doorgaans is de vergoeding per uur bereikbaarheidsdienst lager dan normaal, wat echter niet strijdig zal zijn met de voorschriften van de Wet minimumloon.