Arbeidsomstandigheden


De arbeidsomstandigheden dienen dusdanig te zijn dat zij de veiligheid, gezondheid en welzijn van medewerkers waarborgen. De werkgever houdt bij het bepalen van zijn ondernemingsbeleid rekening met de gevolgen van dit beleid voor de arbeidsomstandigheden. Hij voert een gericht Arbo beleid, dat hij in maatregelen omzet en zo nodig aanpast aan datgene wat de organisatie heeft geleerd.

De lerende organisatie

Ter realisering van goede arbeidsomstandigheden is de werkgever gehouden om van zijn organisatie een lerende organisatie te maken. Dat wil zeggen dat de organisatie moet leren te leren, waarvoor iedere betrokkene binnen de organisatie medeverantwoordelijk is.
De organisatie dient te leren van haar eigen fouten en van de kennis in de maatschappij, teneinde te zorgen voor het continue verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Leren brengt met zich mee dat de organisatie zich bewust is van de leercyclus die voortdurend en volledig doorlopen wordt. De leercyclus is; bezinnen, bedenken, beslissen en doen; en vervolgens weer; bezinnen, bedenken, beslissen en doen. Doordat het om een cyclus gaat is er geen eindpunt voor de organisatie die daardoor in beweging blijft. In het "zo goed mogelijk" waarborgen van de arbeidsomstandigheden, zal de organisatie steeds een uitdaging vinden.

Bezinnen, bedenken, beslissen en doen

1. Bezinnen (evalueren)
De werkgever moet het arbo beleid evalueren. Alle risico's die bij de arbeid spelen worden in kaart gebracht met de risico-inventarisatie, waarna er wordt gekeken of het gevoerde arbo beleid in voldoende mate met deze risico's rekening houdt

2. Bedenken
Vervolgens worden er alternatieven voor het beleid bedacht, die tot een verbetering van de arbeidsomstandigheden kunnen leiden. Het kan gaan om voorlichting, investering, organisatorische maatregelen, ziekteverzuimbeleid, arbeidgezondheidskundig onderzoek etc. Van de alternatieven dient de werkgever de voor- en nadelen uit te werken, voordat hij komt tot een beslissing.

3. Beslissen
Na het afwegen van de voor- en nadelen kiest de werkgever voor een bepaald beleid, dat hij vastlegt in het plan van aanpak. Dit kan hij of dat kunnen anderen nader invullen, bijvoorbeeld door te bepalen wie er wat voor maatregelen, waar en wanneer, op wat voor wijze gaat toepassen. Het streven naar zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden betekent voor de werkgever dat hij maatregelen moet nemen als werknemers dat in redelijkheid kunnen verlangen.

4. Doen
Beslissingen worden gevolgd door het daadwerkelijk toepassen van het arbo beleid. Dit gebeurt doorgaans op een geplande wijze. Daarvoor krijgen de betrokken partijen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden toebedeelt. De coördinatieproblemen die zich voor zullen doen moeten opgelost worden. Over de uitvoering dient de werkgever ieder jaar een rapportage te maken, waarover hij met de ondernemingsraad overlegt.