Ondernemingsraad (OR)


De rechten en plichten van de ondernemingsraad zijn vastgelegd in de Wet op de Ondernemingsraden (WOR).
Elk bedrijf in Nederland met 50 of meer FTE's werknemers is verplicht een ondernemingsraad te hebben. Wanneer de onderneming kleiner is moet deze, indien een deel van het personeel dit wil, een personeelsvertegenwoordiging instellen, die ook een aantal bevoegdheden heeft.

Rechten

De ondernemingsraad heeft bij bepaalde typen van beleid, voornamelijk wanneer deze direct de werknemers en hun rechten betreffen, het recht een rol te spelen in de besluitvorming. Dit recht komt met name tot uitdrukking in vier rechten:

  1. Overlegrecht: De OR heeft het recht overleg te voeren met de werkgever over 'aangelegenheden betreffende de onderneming'. De werkgever is verplicht om hieraan mee te werken.
  2. Adviesrecht: Voor besluiten die belangrijke financiële, economische en/of organisatorische gevolgen hebben voor de onderneming, moet de ondernemer advies inwinnen bij de OR. De ondernemer moet het advies serieus meewegen in de besluitvorming. Wijkt de ondernemer af van het advies, dan moet hij dit schriftelijk motiveren naar de OR. Wanneer de ondernemer een besluit neemt dat afwijkt van het advies van de OR, dan moet de ondernemer een maand wachten tot hij het besluit uit mag voeren.
  3. Instemmingsrecht: Voor besluiten die direct betrekking hebben op een aantal personele regelingen (zoals een werktijdenregeling of een regeling met betrekking tot arbeidsomstandigheden) moet de ondernemer instemming hebben van de OR voordat het besluit ten uitvoer kan worden gebracht. Als de OR niet instemt met het voorstel en de ondernemer toch zijn besluit wil uitvoeren, dient hij een gerechtelijke procedure aan te spannen.
  4. Initiatiefrecht: de OR kan de ondernemer voorstellen doen over zaken die de onderneming betreffen. Van het initiatiefrecht wordt door de meeste ondernemingsraden aanzienlijk minder gebruikgemaakt dan de eerder genoemde rechten.
Ook heeft de ondernemingsraad het recht een adviseur in te schakelen.
In de Wet op de Ondernemingsraden zijn de precieze regels vastgelegd waaraan OR en ondernemer zich dienen te houden.

Buitenland

Bij een aantal handelingen van in het buitenland beursgenoteerde ondernemingen zijn de regels en procedures vaak zeer afwijkend van die in Nederland. Voor de OR van een Nederlandse vestiging van een dergelijk bedrijf levert dat soms knelpunten op. Buitenlandse regels eisen vaak geheimhouding tot het moment van de handeling, met name als het een fusie of overname betreft. Buitenlandse toezichthouders kunnen bij overtreding boetes en zelfs gevangenisstraf uitdelen. De WOR eist echter tijdig overleg over dergelijke voornemens.

Ontslagbescherming

Leden van een OR hebben tijdens en tot twee jaar na beëindiging van hun OR-lidmaatschap een zekere mate van ontslagbescherming. Gedurende het OR-lidmaatschap mag de werkgever de arbeidsovereenkomst met het OR-lid niet opzeggen, tenzij er sprake is van reorganisatie. Datzelfde geldt voor de ambtelijk secretaris van de OR (die niet zelf lid van de OR is). Wanneer een werkgever de arbeidsovereenkomst wil opzeggen met een werknemer die op de kandidatenlijst voor de OR staat, of met een werknemer die korter dan twee jaar geleden lid van de OR is geweest, heeft hij daarvoor toestemming van de kantonrechter nodig. De ontslagbescherming geldt niet bij ontslag tijdens proeftijd of wegens dringende reden.