Tegenprestatie voor arbeid

Loon

Loon zijn betalingen en verstrekkingen waar de medewerker recht op heeft, dat dient als tegenprestatie voor het werk dat de medewerker verricht en waar de werkgever zorg voor moet dragen. Het loon wordt doorgaans in een arbeidsovereenkomst en cao bepaald.
Bij de arbeidsrechtelijke definitie van loon zijn de volgende onderdelen geen loon:
  • Vergoedingen van gemaakte of te maken kosten, wanneer dit geen tegenprestatie is voor het werk van de medewerker
  • Loon van derden omdat de werkgever deze niet direct of indirect betaalt
  • Het werkgeversdeel van de sociale premies die de werkgever moet afdragen aan de uitvoeringsinstelling
  • Werkgeversdeel van de deelneming in een pensioenregeling of VUT-regeling
  • Al datgene wat de werkgever aan de medewerker verstrekt, waar de medewerker echter geen recht op heeft volgens een (arbeids)overeenkomst, cao of krachtens een wettelijke bepaling of toezegging

Belasting

Een werkgever is inhoudingsplichtig voor de loonbelasting, premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen, die hij afdraagt aan de belastingdienst. Zo goed als iedere werkgever zal de berekening van de verschuldigde loonbelasting en dergelijke overlaten aan een administratie- of accountantskantoor, dan wel aan een daarvoor speciaal in dienst genomen loonadministrateur.

Vakantie

Het recht op vakantie wordt gedurende het jaar opgebouwd, waarbij het gaat om het recht om vrij te nemen met behoud van loon. De periode wanneer de medewerker met vakantie gaat wordt op een bepaalde wijze vastgelegd.

Alleen bij het einde van de arbeidsovereenkomst kan de werkgever de resterende vakantierechten in geld uitbetalen. Voor vakantiebijslag geldt dat deze in beginsel 8 % van het loon bedraagt en eens per jaar wordt uitgekeerd. In afwijking van het voorgaand kan het vakantierecht en de vakantiebijslag in vakantiebonnen verstrekt worden, wanneer een cao dit bepaald. Komt een werkgever zijn verplichting niet na, dan kan de medewerker diverse vorderingen indienen.

Pensioen

Pensioen is een inkomen op grond van het bereiken van een bepaalde leeftijd, dan wel arbeidsongeschiktheid of overlijden, die een medewerker of nabestaande regelmatig kan ontvangen over meerdere jaren.
Delen van het pensioen van ouderen wordt gefinancierd door de werkende, namelijk de WAO-/WIA- en de VUT-regelingen, waarvoor de ‘omslagregeling’ geldt. Door de toename van de vergrijzing wil de overheid het eerder stoppen met werken ontmoedigen. Dat is gebeurd door pre-pensioen en VUT-regelingen vanaf 1 januari 2006 fiscaal te belasten, zodat deze regelingen niet langer aantrekkelijk zijn.

VUT

Medewerkers die vervroegd uittreden kiezen er voor om de arbeidsovereenkomst te beëindigen in ruil voor een uitkering van het fonds dat de VUT-regeling uitvoert. Is een dergelijke regeling van toepassing, dan staat zij doorgaans in een CAO, aangezien een wettelijke regeling ontbreekt. Niet altijd gaat het om een volledig vrije keuze van een medewerker, bijvoorbeeld niet, als aan de medewerker weinig of geen alternatieven gelaten worden. Hoewel de arbeidsverhouding tussen werkgever en medewerker eindigt, verdwijnt de werkgever niet geheel uit beeld. Zo kan de werkgever nog een rol vervullen bij geschillen die zich kunnen voordoen bij de uitvoering van de regeling, dan wel bij de controle op de naleving van de regeling. Daarnaast is het doorgaans niet toegestaan om (neven)werkzaamheden te verrichten waarmee de voormalige werkgever concurrentie wordt aangedaan. Voor andere werkzaamheden kan de regeling dusdanig zijn dat de inkomsten die hiermee verdiend worden in mindering komen op de uitkering.

VUT-premies zijn in de periode van 1 januari 2006 tot 1 januari 2011 voor de helft aftrekbaar. Voor de werkgeversbijdrage geldt in die periode een heffing van 26%. Vanaf 1 januari 2011 zijn de VUT-premies van de werknemer helemaal niet meer aftrekbaar en de heffing voor de werkgeversbijdrage wordt verhoogd naar 52%.