Omzetbelasting
Wanneer men voor de belastingdienst ondernemer is, moet de ondernemer BTW aangifte doen. BTW betekent Bruto Toegevoegde Waarde en het is een percentage van de omzet die wordt ingehouden namens de fiscus. Dit houdt in dat de ondernemer BTW af moet dragen aan de fiscus over alles wat gefactureerd is. Daar staat tegenover dat de ondernemer de BTW die zelf betaald wordt, terug gevraagd mag worden als het een uitgave betreft die te maken heeft met de onderneming.
Hoeveel BTW de ondernemer moet innen over de facturen, hangt af van de dienst of het product dat wordt geleverd en aan wie dat wordt geleverd. Bij levering aan Nederlandse afnemers kent het stelsel twee soorten belasting:
Laag tarief
Dit tarief bedraagt 6%. Het lage BTW tarief is van toepassing op producten die nodig zijn om te leven en niet als luxegoederen gezien worden. Voorbeelden zijn levensmiddelen als brood en kaas
Hoog tarief
Het hoge tarief staat op dit moment op 19%. Deze BTW wordt geheven over luxegoederen zoals sieraden en cd's. Ook over de meeste diensten wordt 19% BTW geheven. Het idee achter een splitsing in de tarieven is dat een enkel tarief altijd ten nadele van de armere bevolking is omdat zij een groter deel van hun inkomsten consumeren.
Er zijn uitzonderingen voor het heffen van BTW. Voor sommige producten en diensten geldt een vrijstelling van BTW of geldt het nultarief. Bij het nultarief heeft de ondernemer recht op aftrek op de in rekening gebrachte voorbelasting, bij een vrijstelling krijgt de ondernemer deze aftrek niet.


