Regelingen


Naast de verschillende aftrekposten die de ondernemer kan opvoeren om de fiscale winst te verlagen, zijn er ook regelingen voor ondernemers die een bepaalde vrijstelling geven of voordelen bieden. Hieronder staan de meest belangrijke regelingen. Evenals voor aftrekposten is het van belang dat elke ondernemer zich goed laat informeren over de mogelijkheden en regelingen die van toepassing zijn op de onderneming.

Winstvrijstelling/MKB-vrijstelling

Deze vrijstelling is voor alle ondernemers die voldoen aan het urencriterium. Het houdt in dat de ondernemer vrijstelling heeft voor 10% van de winst na aftrek van de ondernemersaftrek. Dat houdt dus in dat de belastbare winst wordt berekend via de volgende formule:

Winst - ondernemersaftrek = fiscale winst - 10% = belastbare winst

Wanneer de ondernemer niet voldoet aan het urencriterium, maar wel recht heeft op stakingsaftrek, kan het zijn dat de ondernemer toch in aanmerking komt voor de MKB-vrijstelling.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)

Wanneer de onderneming winst maakt in de zin dat de ondernemer recht heeft op ondernemersaftrek, dan heeft de onderneming de mogelijkheid om een gedeelte van deze winst te reserveren voor de oude dag. Dit deel van de winst wordt dan niet belast op het moment dat de ondernemer het apart zet, maar pas wanneer de ondernemer het alsnog uitkeerd. De ondernemer bespaart hiermee dus tijdelijk belasting waardoor het vermogen beschikbaar wordt gehouden voor andere doeleinden of investeringen. Het deel dat de onderneming als FOR weg mag zetten is voor 2007 12% van de winst met een maximum van € 11.227,-.   

Kleine-ondernemersregeling voor de omzetbelasting

Wanneer de af te dragen BTW onder een bepaald bedrag blijft (in 2007 is dat bedrag € 1.883,-), dan kan de ondernemer mogelijk profiteren van de kleine-ondernemersregeling voor de omzetbelasting. Deze regeling houdt in dat de BTW sterk wordt verlaagd, of zelfs helemaal wordt kwijtgescholden (in 2007 bij een bedrag onder de € 1.345,-). Deze regeling geldt niet voor een BV.

Verrekening ondernemingsverliezen (verliesverrrekening)

Wanneer de onderneming verlies draait in een jaar, kan de ondernemer gebruikmaken van de verliesverrekening. Dit houdt in dat de ondernemer het verlies uit de onderneming af kunt trekken van andere inkomsten uit werk en wonen (box 1) op de belastingaangifte. Mocht de ondernemer niet al het verlies af kunnen trekken van de inkomsten in box 1, dan kan het negatieve inkomen uit de onderneming verrekend worden met inkomen uit drie voorgaande jaren. Dit wordt carry back genoemd. Voor verlies uit aanmerkelijk belang is deze periode maar een jaar. Het kan natuurlijk ook voorkomen dat de ondernemer het verlies niet meer kan verrekenen met voorgaande jaren. De ondernemer mag dan gebruikmaken van carry forward, het aftrekken van het negatieve inkomen in de komende 9 jaar.

Desinvesteringsbijtelling

Helaas zijn er ook regelingen die de fiscale winst verhogen. Een daarvan is de desinvesteringsbijtelling. Deze regeling houdt in dat als de ondernemer een bedrijfsmiddel binnen 5 jaar na de investering hierin verkoopt, de investeringsafrek die de ondernemer ervoor heeft gekregen of een deel ervan moet terugbetalen. De ondernemer krijgt dan desinvesteringsbijtelling. Deze kan nooit hoger zijn dan de investeringsaftrek die de ondernemer ervoor heeft gekregen. Wanneer voor minder dan € 2.100,- aan bedrijfsmiddelen wordt verkocht, vervalt de desinvesteringsbijtelling. Voor de fiscus 'verkoopt' de bedrijfsmiddelen wanneer de ondernemer:

- het bedrijfsgoed bestemt voor verhuur
- het bedrijfsgoed overbrengt naar het privé-vermogen
- het niet binnen 12 maanden in gebruik neemt en binnen die periode nog geen 25% van de aankoopprijs heeft voldaan
- het bedrijfsgoed niet binnen 3 jaar in gebruik neemt