Kengetallen


Kengetallen geven informatie over de financiële gezondheid van een onderneming. Financiële kengetallen betreffen de liquiditeit, solvabiliteit, rentabiliteit en omloopfrequentie.

Liquiditeit geeft aan in hoeverre een organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. De liquiditeit van een organisatie bestaat uit de dynamische en de statische liquiditeit. De dynamische liquiditeit geeft aan of over een bepaalde periode de inkomende geldstromen hoger zijn dan de uitgaande geldstromen. De statische liquiditeit heeft betrekking op de vlottende activa en de kortlopende schulden. Er zijn drie manieren die de statische liquiditeit berekenen:

De current ratio is de vlottende activa gedeeld door de kort lopende schulden. De uitkomst dient hoger te zijn dan 1. Echter er wordt vaak van een gezonde situatie gesproken wanneer dit 1,5 tot 2 is.
De quick ratio houdt rekening met het feit dat voorraden niet zomaar verkocht kunnen worden omdat dit de bedrijfsvoering in gevaar brengt. De quick ratio is de vlottende activa minus de voorraad, de uitkomst hiervan wordt gedeeld door de kortlopende schulden. Een gezonde waarde moet minimaal 1 zijn. Houdt wel rekening met de betalingstermijn voor debiteuren en crediteuren. Bij een langere betalingstermijn voor debiteuren kan men bij een ratio van 1 nog in gevaar komen.
Het nettowerkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa en het kort vreemd vermogen op de balans. Het brutowerkkapitaal is de omvang van de vlottende activa. Er zijn twee methodes om het nettowerkkapitaal te berekenen. De meest simpele methode is de vlottende activa minus het kort vreemd vermogen en de tweede methode is het eigen vermogen en het lang vreemd vermogen bij elkaar op te tellen en daar de vaste activa vanaf te trekken.

Het tweede kengetal is de solvabiliteit. Deze geeft aan of een bedrijf bij faillissement in staat is om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Kortom is er voldoende eigen vermogen om het vreemd vermogen te dekken. Dit wordt berekend door het solvabiliteitsratio welke op twee manieren kan worden berekend. Allereerst door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen. Hierbij dient de minimale waarde tussen de 0,25 en de 0,5 te liggen en ten tweede door het totale vermogen door het vreemd vermogen te delen. De debt ratio geeft aan hoeveel van de totale activa met vreemd vermogen is gefinancierd. De debt ratio wordt achterhaald door het vreemd vermogen door het totale vermogen te delen.

Met de rentabiliteit berekent u de verhouding tussen het inkomen en het vermogen dat dit inkomen verdiend heeft. Dit wordt gebruikt als maatstaf voor beslissingscalculaties op de lange termijn. De rentabiliteit kan worden berekend voor het eigen vermogen en het totale vermogen. De rentabiliteit van het eigen vermogen wordt berekend door de netto winst voor of na belasting te delen door het eigen vermogen en deze met 100% te vermenigvuldigen. Bij het totale vermogen is wordt de winst voor interest en belasting gedeeld door het totale vermogen en vermenigvuldigd met 100%.

Ten slotte is er de omloopfrequentie welke aangeeft hoe efficiënt het bedrijfsvermogen wordt aangewend. Goed omgaan met de omloopfrequentie heeft een goede uitwerking op de rentabiliteit. De omloopsnelheid van vaste activa wordt berekend door de omzet te delen door de vaste activa. De omloop tijd wordt berekend door 1 door de omloopsnelheid te delen en deze te vermenigvuldigen met 365 dagen.